Voetenspreuken

Voetnoten

Op vrije voeten. Geen voet om op te staan. Een wit voetje halen. De voet dwars zetten. Op gelijke voet staan. Ten voeten uit. Op grote voet leven. Stapvoets gaan. Een voet steun. Geen voet verzetten. Lichtvoetig. Op vrijersvoeten. De wereld ligt aan uw voeten. Geen voet aan de grond krijgen. Met beide voeten op de grond staan. Iets voor de voeten gooien. Op staande voet. Voetje voor voetje. Voet bij stuk houden. Op een voetstuk staan. Ridder te voet. Voetstoots aannemen. Voor de voeten lopen. Op gespannen voet leven. Geen voet voor de ander zetten. Schoorvoetend. Gevleugelde voeten. In iemand voetspoor treden. Geen voetbreed toegeven. Onder de voet lopen. Voor het voetlicht treden. Voetenwerk. Op goede voet staan. Een voetval doen. Op de voet volgen. Vaste voet onder de grond krijgen. Voetjes wassen. Op blote voeten naar bed. Een voetveeg zijn. Aan handen en voeten gebonden. Voor de voeten gooien. Heel wat voeten in de aarde hebben. Zich uit de voeten maken. Voor de voet weg. Voetje lichten. Van een voetstuk vallen. Tegenvoeters. Stampvoetend. Voetangels en klemmen. Voetjes van de vloer. Barrevoets. Met één voet in het graf staan. Gras voor de voeten wegmaaien. Voet aan wal zetten. Op voet van oorlog. Belastingvrije voet. Zaak op dezelfde voet voortzetten. Aan de voet van de berg.